Harohnny

An online columnpage/blog/artificial outing of extremely unreasonable sense, so as to be foolish or (not) taken serious.
Bo V and Aïda G

I eat kids - by Bo V

Ik verwelkom jullie in de meest asociale periode van mijn - ik val in herhaling maar het is gewoon algemene waarheid - nietig bestaan. Ik moet zeggen dat ik in dat bestaan wel al heel wat dingen heb ontdekt, het ene al wat interessanter en bombastischer dan het andere. Bijvoorbeeld dat Hollanders zichzelf ook Hollander noemen en het dus helemaal niet als een belediging beschouwen als je hen dan daadwerkelijk benoemt als Hollander- drie keer het woord Hollander in één zin, ik begin me zorgen te maken over mijn woordvariëteit. Nou, hoe dan ook, verrijkende kerels. Wat ik nog heb ontdekt, is dat wekenlang aan de kop van je grote zus zagen om marmerbrownies te maken voor haar allerliefste kleine zusjes echt wel effect kan hebben. Geen idee hoe we het ooit gaan klaarspelen die vierkante meter op te krijgen zonder opeenvolging van indigesties of acute obesitasontwikkeling, maar het gaat om het principe. Als je hard je best doet voor iets en niet opgeeft (melig), wordt je uiteindelijk beloond om je harde werk (nog meliger). De brownies zijn mooi meegenomen natuurlijk. 
Ik heb nog iets ontdekt maar dat ga ik wijselijk voor mij houden om bepaalde mensen die toevallig woonachtig zijn te Antwerpen niet voor de borst te stoten of hen het gevoel te geven dat ze arrogant overkomen door hun ‘ik ben sociaal dus ik ga veel geld verdienen maar hoe boeit niet’- houding.

Stel je niet te veel voor bij mijn asociale periode, ik zit niet in een isolatiecel te krijsen of in een hoekje te huilen omdat niemand mij begrijpt. Ook heb ik nog steeds contact met de buitenwereld - leve hedendaagse elektronica -, ben ik nog altijd in staat om een betekenisvol, samenhangend gesprek te voeren en mijn luisteraars te ambiëren met sadistische uitlatingen over hondenmoordenaars. Ik moet dringend ‘Beethoven’ eens herbekijken.  Uiteraard is het aantal ademende en al reeds opgesteven personen dat ik in mijn circadiaanse cyclus tegenkom iets beperkter dan in mijn normale fancy urban leven, maar dat is puur uit bescherming van mijn op dit moment zeer kwetsbare brein. Ook wel een beetje om de hoeveelheid afgesnauwde verwanten binnen de perken te houden.
Die samenhangende gesprekken houden overigens niet veel meer in dan gezwets over de kittens en gekreft over het slechte weer - waarbij het sadistje in mij geniepig lacht met al dat harde werkvolk dat speciaal verlof heeft genomen ‘omdat het in mei toch altijd goed weer is’. De voorbije tien jaar niet meegerekend.
Normaal gezien kenmerkt mijn aso- periode zich ook door een anti- Harohnny houding. Niet dat ik plots braakneigingen krijg van A’s verpletterende schrijfsels, maar gewoon omdat ik in deze levensfase simpelweg een dikke vette nolifer ben en gewoon geen enkele toegevoegde waarde ben aan jullie waarschijnlijk veel impressionantere dagelijkse bezigheden. Ik hoef geen voorbeelden te geven denk ik. Dat zou ik natuurlijk wel kunnen doen, was ik een gemene heks geweest, door mijn medeblokkers te pesten met verhalen over zomerse barbecues, mojito’s en beachparties bij heldere lucht met een aangename tropische temperatuur, vergezeld van een zacht briesje om je door de zon gebleekte haren - die perfect uitkomen bij je gebruinde en uiteraard niet verbrande huid - te laten wapperen in de wind. Maar ik ben geen gemene heks. En de temperaturen zijn niet tropisch. Het voelt eerder als een dorre herfst. Ik besluit mijn kittens nog maar wat aandacht te geven, terwijl ik mijn cursus opensla en de vogel afsnauw, die anders nooit zijn bek opent maar nu doet alsof hij in een vorig leven operazanger was. Een slechte dan nog.

Priolering - by Aïda G

Het gesleur met de koffers eist zijn tol. S kijkt geïrriteerd om zich heen. Een vloek ontsnapt aan zijn mond, ingeplant op een intussen bezwete façade die eveneens voorzien is van een paar vermoeide ogen en een licht verstopte neus die een aankomende verkoudheid verraadt. Tourists will be tourists. Steeds vaker lijkt Camden High Street een multiculturele parade van uitheemse individuen te ondergaan. We zijn amper een mijl van huis verwijderd, ons pad naar het eindpunt wordt echter non-stop verstoord door gedesoriënteerde personae. De mentale drang om ons hele hebben en houden naar de eerstvolgende inwijkeling die de weg vraagt te gooien is groot. 

Weemoed maakt plaats voor een introverte vorm van diepe gelukzaligheid wanneer mijn oog valt op de silentieel rinkelende telefoon. Het is A. Meldend dat de metropool en bijhorende inwoners hem een dag eerder zullen begroeten. Met een onoverdachte ‘Au Revoir’ wordt het gesprek beëindigd. Gsm gaat de zak opnieuw in en mijn blik zoekt S. Hij laat zijn verdoken slechtheid botvieren en stuurt een kudde zestienjarige hipsters de verkeerde kant uit naar de dirty side of town, hun gewenste doel - de Markets -  zal nog een tijdje onbereikt blijven. Yay. 

Naar receptionele termen emoties ordenen is een nieuwe manier om misplaatste uitspraken te vermijden. Klanken vormen bijstere uitspattingen van geformuleerde gedachten. Reactiepotentie rijkt ver. Maar kan ook tegenvallen. Bij de zin tot impressioneren echter grijpt men merendeels terug naar het citeren van handgeschreven werken. Want enkel geschreven woorden worden gewikt. Het ‘gewogen’ gedeelte wordt aan u overgelaten. U bepaalt steeds zelf de belasting en waarde van de gepende woorden.

Is dit echt wat maakt dat de typisch puberale adolescent zich steeds vaker beroept op de diensten en mogelijkheden van een tekstbericht? Omdat bij het telefoneren kordatere gevolgen eerder te overzien zijn en ze de chimère wat langer willen behouden? Wie het zeggen zal is ons een zorg. Onze koffers staan nog steeds gepositioneerd tussen citytrippers en wegenkaarten. S is er bij gaan neerzitten en laat een diepzinnige breinvervoering optreden. De gedachte dat hij net een roomie belde om ons te komen helpen met de sleur naar huis van overdosis instrumenten laat hem sudderen op zacht vuur. Mijn gsm wordt uit mijn zak gevist. Een bericht sturen naar D. Inhoud gecensureerd. Pubers dat wij zijn. 

(Source: aidag)

I used to be this caravan’s fool - by Aïda G

Verbrande vingers lijken een vaste waarde in mijn leven te vormen. Koffie drinken in een kleine karavaan vol muzikanten, instrumenten en bijhorend gevolg moge dan wel stijlvol in extremis lijken. Het houdt een vat vol risico’s in. Leuteren lijkt ook opnieuw hier niet ver weg, maar ik schrijf dit soort van whining zonder wine toe aan de niet-consistentiële vorm van eenzaamheid die rondtrekken in groep met zich meebrengt. Of is het heimwee? Nee. Thank God. Oh nee.

Het globale positioneringssysteem doet me opschrikken. Op weg zijnde naar een volgend hol vol verderf, blues en domp ben ik er van overtuigd dat het dieptepunt dat me doet jeremiëren over al dan niet aanwezig zijnd isolement en overduidelijk vertegenwoordigde verbrande en dus rood gekleurde vingers mij - als slachtoffer van deze selectief-pessimistische maatschappij - als een geschenk uit de intussen grauw gekleurde hemel wordt aangeboden en mij als persona in realis opnieuw de grond op gooit. Dit rondtrekkend roffelig leventje zal niet lang meer blijven duren.

Zoals u ziet, waardige tegenspeler en ondriftfanaat, heb ik u niets zinrijk te melden en bevind ik mij nog steeds in een staat tussen leven en dood, hemel en hel, in een bus met bijgeleverde gelijkgestemden die af en toe verlaten wordt om de - voor sommigen onder ons veganistische - kaas op ‘t brood te verdienen. En dit doen we nog steeds met datgene waarvoor we denken te leven. Muziek. Gegroet.

It’s business time - by Bo V

Je krolse kat entertainen, doen alsof je cursus politieke geschiedenis je mateloos interesseert en proberen de waangedachten ten gevolge van een - tegenwoordig -permanent slaaptekort te negeren. Dat is pas multitasking. Een fenomeen waar ik absoluut geen krak in ben in deze ondefinieerbare staat. Waarin ik me de laatste tijd te vaak bevind, besef ik me plots. Skip die ‘te’ maar, ”je moet weten dat je geleefd hebt” is mijn nieuwe motto. En neen, geen Harley Davidson, voor de lolbroeken onder ons - mezelf even buiten beschouwing gelaten. 
Multitasken, dat is als op het einde van de week het bruisende stadsleven achter je laten en je klok terug op plattelandsmodus zetten. Dat wil zeggen, na de dagelijkse soap - we doen hier niet aan advertering - bed in en er niet uitkomen als je niet minstens 10 uur geslapen hebt. Kwestie van het slaaptekort niet té permanent te maken. 
Denken aan A’s verjaardagsnacht - ik beken, georganiseerd door de meest fancy girls in town, mezelf included - en daardoor voor de derde keer op rij vergeten dat een auto meer dan twee versnellingen heeft. En dat er soms écht eens mensen gebruik maken van een zebrapad. Onbegrijpelijk. Dát is pas multitasken - als je geen voetganger ramt tenminste, over paaltjes gaan we zwijgen. 

Maar het is meer dan dat. Mutitasking is ook aan een kerel zijn naam vragen, er tegelijk mee op de foto staan en tegen de tijd dat de flash komt perfect te weten of hij ook het privilege heeft zijn nummer op je lijf te plaatsen. Als dat niet feministisch is. Dit alles uiteraard in het kader van een verjaardagsopdracht, en absoluut niet om later van eventuele gegevens gebruik te maken. Tenzij voor business, uiteraard. Big business, als je geluk hebt. 
Je kan het ook eenvoudiger bekijken, bijvoorbeeld in alledaagse huishoudelijke bezigheden. Of hoe dacht je dat werkende moeders er in slagen hun kroost niet te laten verhongeren of laten verloederen in be****ten kleren? Persoonlijk heb ik geen idee hoe ze het klaarspelen, maar blijkbaar krijg je die gave vanaf het moment dat je je eerste spruit eruit spuwt.
Koken en tegelijkertijd kotroddels uitwisselen, ooit zal het me misschien lukken. Zonder verbrand luchtje. Zonder zwarte korst. 

Multitasken, een gave als je het hebt - met andere woorden als je een vrouw bent - maar tegelijkertijd ook een gemene feeks. Dus voorlopig hou ik het bij microgolfkost.

About Trinities and Music - by Aïda G

While ordering my lucky drink I’m wondering if the guy next to me at the bar is here for the same reason. Noisy music, arty people and a shitload of tourists in a clumsy small bar on Chalk Farm. Peculiar scene. The noise was our choice. Sensible to play dirty music before going on stage. Arty people, that’s what Camden consists of. And the tourists? Well it offers a part of us a permanent reward. Fit.

Whiskey coke. Part one of the lucky Trinity soaked. Thank God. I walk back to the human-free part of the pub and see S playing the last part of one of our new songs. His voice exhibits exhaustion. The stringed instrument he’s playing on produces an obscure sound and makes me feel pointless. He is a god on guitar. God again.

I open my bag and search for my old trousers. Redressing before performing became a habit. Putting my favorite boots on fulfills the second part of the lucky Trinity. Preparing to spend another random eve on stage might sound a little abominable, isn’t it?

Fifty minutes to show. Count down starts slow. Tuning my guitar makes me more nervous than J reporting the gig is sold out. 

Half an hour to show. Total numbness operates. 

Twenty minutes to show. Potentially disaster consequence in mind.

Ten minutes to show. A last cigarette to light. And to share. As if we literally are a bar on each other’s door and fresh air. Third part of the lucky Trinity? Check! 

J to walk with us down to the stage. One minute to show, the ritual three kisses on each cheek and a walk from the dark into the light and unknown. First chord and a crowd to react electrified. Second chord to get us all dancing. Cause as soon as you play music, music is gonna play with you. 

(Source: aidag)

Onverstandig doch onverstaanbaar - by Aïda G

Mijn shirt is doorweekt. Drassig. Sompig. Mijn hart lijkt overuren te draaien.
Bons bons bons 
bons bons
bo-ons
Ik wankel de trappen af. Het pad dat daarnet nog naar anderhalf uur van opperste stoornis leidde wordt nu averechts afgewandeld. Wankel en voldaan. 

Afsluiten met een nummer dat de naam “Hedonism” draagt, het zou iedere cynicus van formaat op ‘t paard zetten. En iedere ietwat fervente kunstenaar instemmend doen knikken. “Hedonist is what they said. Leecher. Leecher. Leecher. On your knees.” Zuiver hedonisme stelt geestelijk genot boven alles, zoals kunst en vriendschap, terwijl oppervlakkig hedonisme streeft naar directe vervulling van lichamelijk genot. Merci monsieur. 

Top nummer acht wordt de begante zak vervuld van shirts van voorgaande optredens ingegooid. Angstvallig mezelf oriënterend. Wasserette gezocht. En snel. De sleur van het geestelijk en lichamelijk genot stelden mij in staat een tragisch leven te gaan leiden. Mijn dierbaarste bezittingen bezetten slechts een zwarte kleine koffer en een deel van hart en brein. 

Ik wandel een laatste keer deze nacht de bühne op. Gitaar weghalen. En een vergeten versterker op ‘off’ zetten. Irrelevant besef ik dat een groot deel van ‘t bestaan van een muzikant in werking fulltime draait om ‘t voorzetsel ‘on’. 
Onvatbaar. 
Onnauwkeurig. 
Onverantwoordelijk. 
Onmaterialistisch. 
Onbestemd. 
On.

(Source: aidag)

La Isla Bonita - By Bo V

Dirty Dancing II (Havana Nights), Desperados bij de hand en een zon die me even het gevoel geeft zelf in het zwoele Cuba te vertoeven. Alhoewel het wel opmerkelijk is dat daar duidelijk een bepaald ‘ikbruinalseenlatino- gen’ aanwezig is en we hier jammer genoeg voornamelijk kreeften en andere rode organismen tegenkomen bij de eerste zonnestralen. Ik kijk vooral niet naar mezelf, mijn steeds meer op brandwonden lijkende verkleuringen gadeslagend. Blijkbaar werkt de zon ook in op mijn brein, want op dit moment komt er niks zinnigs uit, voor zover er al iets meer uitkomt dan ‘La isla bonita’ en ‘wijn’. Misschien heeft het er wel mee te maken dat ik na het verjaardagsfeestje van UGent - hoera!- pas huiswaarts keerde toen de zon haar ochtendgymnastiek net aan het doen was en ik bij wijze van spreken - of gewoon letterlijk kan ook - via een mij onbekende weg rechtstreeks op mijn Dak der Geneugten ben beland. Waar ik me nu in een of andere onuitspreekbare staat (lees: brak) bevind. Het leven kan toch mooi zijn. Over mijn nog steeds ongeopende cursussen en nakende paperdeadline gaan we zwijgen, we gaan de zuiderse sfeer nu niet verpesten met zulke futiliteiten. Want – ik kan het niet genoeg herhalen – je leeft maar een keer. Tenzij je Super Mario bent.

Maak je geen zorgen, ik ga niet weer een parabel beginnen over de eindigheid van ons nietige bestaan, daar zijn we intussen allemaal wel al achter. En ik ga me zeker niet verlagen tot het maken van flauwe aprilgrapjes, bijvoorbeeld dat ik mijn voet gebroken heb en gespalkt moet worden of dat een band beginnend met een D en eindigend op aft Punk op Pukkelpop zou staan – ongepast, eerlijk gezegd – want dat is zó 2011 (en extreem slecht voor mijn hart). Geen idee waar ik al deze hersenspinsels – of gewoon bullshit - vandaan haal, maar zoals ik al zei produceer ik op dit moment niet veel productiefs. Laat staan iets literair hoogstaand. Zelfs perfecte mensen hebben soms eens minder perfecte momenten, ik durf te wedden dat Socrates dat ook ooit eens heeft verkondigd, al was het maar achter een pint in een bruine kroeg om 6u ’s morgens, lallend tegen de barman die zijn drie welverdiende uren slaap weer in het niets ziet vergaan als hij niet dringend een beduidende hoeveelheid valium in het ondertussen al warme brouwsel van zijn enige tooghanger ‘toevallig’ zal laten neerkomen. Gifbeker, sure.

Ik mag dan geen filosofische gedachtegang hebben – vergeef me mijn uitspattingen af en toe -, dat wil niet zeggen dat ik wegvervuilers aka wielerterroristen op een hangovermaag kan verdragen. Zaag nog een keer over leerling - autorijders die alles wegmaaien wat op hun pad komt en je zal weten wat het is om in Werenfried W. een drie weken oud lijk te spelen, volledig met brandmerken en afgebrand haar.

Untitled - by Aïda G

Opnieuw tijd voor een groeperingsmoment van de woorden des ongetittelde. Daar ik nu officeel tot identiteitsloos wezen beschouwd kan worden - letterlijk - en de kracht om innovatief te zijn mij ontbreekt handelt volgend stuk samengesprokkelde woorden over het gevoel van eigengeleide nietigheid. In hoogsteigen persoon, welteverstaan.

Suprematie van een zinnelijke drang naar het schone en sublieme, naar hetgeen we al sneller zullen aanschouwen als ‘het’ met waarde. Instinctief wordt Michelangelo als goddelijk creatuur beschouwd, zijn werken aanzien we vaak als nog heilzamere schepsels. Tot zover schoon en subliem. 

Dagelijksheid. Normaal. Iedereen heeft een paspoort en wie zichzelf tegenwoordig nog zonder gsm in het openbaar zal vertonen heeft vaak te kampen met een gevoel van duplexe eenzaamheid. Internet heeft zich onder het mom van vloedgolf van hete stippen verspreid over land en heuvel en steevast deelnemen aan het bijhorend online sociaal netwerk is een must voor iedere avant-neo-hipster of duidelijker, de jeugd van nu. Jeugd is relatief.

Damn. Gefrustreerd verklaar ik deze zitting voor gesloten. Ik stop met schrijven en word schapenherder. 

I just can’t wait to be king - By Bo V

In ieder levend mensenleven zit er wel ergens een vonk, of het nu een licht obese vuurpijl is of slechts een steekvlam. Welke maten of vormen die vonk ook heeft - we gaan niet discriminerend doen -, je mag hem niet negeren door hem zomaar in een hoekje in een van de vele dressings van je vijf maten te grote - nu zijn we wel even discriminerend - villa op het platteland weg te moffelen, als je geluk hebt tenminste en je het niet moet doen met een muf zolderkamertje omdat je uitkering de exclusieve luiers die je voor je spruit wilt geen nuttige uitgave vindt en de vader in een plotse vlaag van bindingsangst op roadtrip trok naar Guatemala. Met jóúw yogaleraar dan nog. Zonde, eerlijk gezegd, want het was best een beest. De yogaleraar dan.

Die vonk komt niet altijd vanzelf op je af als een vuurpijl, soms moet je er lang naar zoeken voordat je beseft waar hij zit. Het is een beetje als verstoppertje spelen, maar dan in de abstracte en meer adulte versie. +18 j zou er op de doos staan, net als bij roulette. Komt dat even goed uit, aangezien ik reeds de magere drie maand van deze spectaculaire levensveranderende datum verwijderd ben en nog een volledige (zuiver hypothetische) zwangerschapsperiode af ben van de gruwelijke omgekeerde 91.
‘Als je iets zoekt, vindt je het nooit’, zeggen ze altijd. Akkoord, ik vermoed niet dat in een bodempje Kidibull levensbepalende ontdekkingen te vinden zijn of dat je door de kontschuddende zumbadansjes een plots buikdanstalent zal ontdekken. Wat niet wil zeggen dat de Cubaanse Hanepootfles geen uitvinding is om fier op te zijn en de lege fles chocoladejenever terugvinden, begraven onder mijn 26 paar schoenen – de thuisblijvers niet meegerekend, of wat dacht je – geen beduidende hoeveelheid geduld, uren inspanning en dus het daarbij horend calorieverlies van je vraagt.

Geduld is een mooie deugd. Geen idee wie dat verzonnen heeft, maar die weet duidelijk niet hoe lastig en onmogelijk het soms kan zijn om geduld te hebben en je niet om de vijf seconden – zelfs zeven is te lang, aan een bepaalde doelgroep denkend – af te vragen waarom niet nu en direct aan je grillen tegemoet gekomen kan worden. Is een jacht in Saint- Tropez dan echt zoveel gevraagd?
Waarom zou je erop wachten, langzaam sparen en uiteindelijk toch opgeven omdat je het niet kon opbrengen om slechts één paar schoenen per seizoen te kopen? Het antwoord is nochtans niet zo moeilijk. Hoe langer je op iets wacht, des te groter het genot zal zijn als je het hebt – nooit gedacht zo veel spreekwoorden in zo’n korte tijd te gebruiken. En in the end, op het moment dat je het helemaal niet verwacht en de moed zowat opgegeven hebt, vind je jouw vonk/vlam/talent/ding/mens/jacht/ huis waar je al die tijd van je nietige bestaan op gewacht hebt, waar je eigenlijk je hele leven voor geleefd hebt, al ben je een gepensioneerde yogaleraar die na een decennialang nomadenbestaan eindelijk zijn geluk gevonden heeft. In Ecuador.

Set your thoughts on fire - by Aïda G

Het vuur en de tot voor kort nog ingebonden bladeren vol schrijfsels van nietige waarde lijken een soort van simultaneïteit te vertonen in hun strijd vervuld van wellustige pogingen elkaar te verwoesten. Ervaringen die tot gedachten leidden waaruit dan tevens weer een soort van veruiterlijking voortvloeide, neergepend in een moleskine. Zwarte kaft. Gelijnd papier. Zwarte balpen. Zwart. Gedachten met odeur. In ‘t zwart. 

De manier waarop ik die hiervoor beschreven gedachten letterlijk in het vuur zie opgaan beangstigen me, schijnbaar. Alsof stukken herinnering letterlijk als een soort van uitgewezen bende vluchtelingen met de grond gelijk gemaakt worden. Irrelevante vorm van parabeliseren. Approbitioneel gezien is dit een loutering van ogenschijnlijkheid. Geheel overtollig? Waarschijnlijk wel. Therapeutische noodzaak? Yes sir.

Op tour zijn. Er verschijnt binnenkort een boek over, jawel. Dilettante schrijfster. Romancière? Of zenuwlijdster? Hoe dan ook. Inhoud telt. En de fotografisch getunede kaft. Lezen is aan te raden. Maar enkel als uw maag, hersenen en ziel tegen een stootje kunnen. En u gebrekkig op zoek bent naar dat kwijtgespeelde stukje hart. Partim absent, verloren aan de muziek en bijgeleverde passie die ‘t veroorzaakt. Heerlijk.

Cough Syrup - By Bo V

Terwijl ik mijn nieuwe kitten van onder het printpapier vandaan haal – ze is heel lenig – knaagt het toch aan me hoeveel honderden kilometers verschil er is tussen het beestje en wij, de mensheid. We kunnen ons niet verschuilen in onze krabpaal als dat monsterlijke marteltuig aka stofzuiger genadeloos onze richting uitkomt met zijn moorddadige oerkreten, alles verslindend wat hij op zijn weg tegenkomt. We hebben niet de avond van ons leven door de ontdekking dat aan bepaalde schoenen – hou je vast – koordjes hangen die dan ook nog eens kunnen bewegen als je er een duwtje tegen geeft. Daar hebben we op zijn minst een halve fles tequila voor nodig. Of drie flessen wijn. Als kat heb je niet de studentikoze zorgen zoals ‘wat ga ik vanavond eens in mijn microgolf kappen’ of ‘ga ik naar de les vanmiddag of skip ik die ook (net als die van vanmorgen)?’en je hoeft je niet opnieuw af te vragen wat je nu weer eens zal aantrekken, om dan tot de conclusie te komen dat je dringend moet gaan shoppen.

Maar vergis je niet, er zijn meer gelijkenissen tussen dat – in dit geval - te schattige grijze lieverdje en de mens, in dit geval de student. Net zoals de viervoeters – ik heb het nu over katten en niet over studenten, voor het geval er enige onduidelijkheid zou zijn – hun eetbak vol gelei- achtige toestanden nooit vol zullen achterlaten, zo zal ook de student zijn dierbare fles rum nooit half geledigd laten staan, voor je het weet is de houdbaarheidsdatum verstreken en dat mag je in geen geval laten gebeuren. Hetzelfde trouwens met chocoladejenever of porto – die verdacht veel gelijkenissen vertoont met de hoestsiroop die ik door het ‘skivirus’ al twee weken moet binnengieten.
Ook de creativiteit van beide wezens is best evenwaardig. Een poesje kan van een post- it het meest interessante projectiel ooit maken. Zo kan ook een student van een simpele autorit de meest kindvriendelijke vrijdagavondactiviteit maken, hoewel een stoelendans rond de auto in het midden van een kruispunt misschien voor veel verantwoordelijke ouders niet als voorbeeldgedrag gezien zou worden. Ten slotte – niet dat er niet meer gelijkenissen zijn maar je moet ergens de grens trekken (klinkt dat niet verantwoordelijk?) – is er nog het slaapgedrag van beiden. Een kat slaapt gemiddeld 14u per dag en kan zich overal nestelen waar ze plaats vindt. Bij een student is dat net hetzelfde, zelfs de goot ligt op bepaalde momenten comfortabel – van horen zeggen, uiteraard – en slapen tot ’s middags is een vereiste, gevolgd door een siësta in late avond om er zonder suikerdipje – mét in mijn geval – tot het ochtendgloren tegenaan te gaan. Dit laatste geldt hoop ik niet voor de jankertjes - ik heb het opnieuw over katten en niet over studenten, excuses voor de verwarring - of anders zal de nachtrust van de hardwerkende verantwoordelijke baasjes er onder komen te lijden, zullen ze uit wanhoop in een depressie sukkelen, hun welverdiende positie verliezen samen met hun vette pré en zullen de studentjes geen tequila meer krijgen.

Een dilettant spreekt - by Aïda G

Eenzaam. Kan iemand die reeds gedurende meer dan 48 uur in het constante bijzijn van drie andere levende – deels onder voorbehoud – wezens, eenzaam genoemd worden? Kan iemand die tijdens die 48 uur zo’n goeie vier uur omringd was door in totaal zo een duizend tal mensen, toevallige voorbijgangers buiten beschouwing gelaten, zichzelf als eenzaam aanzien? Schijnbaar? Neen. Zelf geëvalueerde emotie? Ja. Pathetisch gezien onderwaarderen we onszelf steeds maar is dat niet iets waar we moeten van af stappen?

Teleurstellingen ontlopen is - evenals voorgenoemde onderschatting – een overnatuurlijke reactie. De maatschappij eist niets meer dan zo’n dilettante visies vervuld van constante zelfovertuiging dat we niet eenzaam noch pathetisch van aard zijn. Objectief bekeken? Wat is zieliger dan de angst om pathetisch over te komen bij medeburgers? Niets. 

Of toch? Kent u het gevoel van angst dat u bekruipt bij het purchasen van een nieuw paar schoenen waarvan de stijl in schril contrast staat met de dagelijkse middelmoot? Neen? Prijs u gelukkig. Ja? Uw pathetiek peil daalt zo’n twintigtal eenheden. Congratulations

Waar ik dus heen wil. Ik zit in een tourbus met laat ons zeggen ietwat betere vrienden. De straten, hotels en muffe concertachterkamertjes vormen mijn huidige habitat. Mijn pc draait overuren tijdens ‘t wachten en de nieuwe schoenen aan mijn voeten werden zonet door een vreemde stranger ietwat unusual genoemd. In hoeverre ik mezelf eenzaam noem momenteel? Geen idee. Maar wat ik weet over mijn schoenen?! Haters gonna hate – lovers gonna love.

Long nights - by Bo V

Zie dat landschap aan je voorbijgaan, is het niet verbijsterend mooi? Misschien, als het nu niet 05:42u zou zijn en ik niet half verblind in het donker naar buiten zat te staren, mede versterkt door mijn met lenzen en verbrokkelde eyeliner toegeplakte oogleden. Op dit moment – en dat is echt een once in a lifetime experience – heb ik geen flauw idee waar ter wereld ik me bevind. Nu ja, dat is eigenlijk niet helemaal waar, ik weet best dat ik in la douce France ben in een bus die de grootste moeite van de wereld doet de berg op te klauteren, dat én in het donker, én op dit onchristelijke uur, én onder deze miserabele (voor ons nog niet waarneembare), ijselijk koude weersomstandigheden waarbij normaal gezien mijn activiteiten er zich zouden toe beperken een warme chocomelk te warmen en een nieuwe dvd van Sex & The City op te zetten- als ik dat al niet aan iemand anders in mijn nabije omgeving overlaat. Het enige wat in mijn zeer beperkte gezichtsveld verschijnt, is een kasteelachtig bordeel – of bordeelachtig kasteel, whatever, het had blauwe lichten – ergens heel hoog op het topje van een berg (geen ijsberg, dit is niet Titanic). Hoe romantisch. Perfect voor een postkaart, al zeg ik het zelf – als je niet te lui bent ze te versturen tenminste en ze gewoon een paar maand terugvindt wanneer je de onderste laag van je valies begint uit te pakken. Misschien moet ik een patent nemen op dit geweldige postkaartbordeelidee zodat geen enkele snoodaard met mijn goudmijn gaat lopen en ik een leven vol disneykastelen en Urban Outfitters- stuff misloop.
Ik moet wel toegeven, zo douce is die France hier toch niet. No offence, chauffeur, je doet dat heel goed – wat over je iets te bezopen opvolger in de terugreis niet gezegd zal kunnen worden, evenmin over de zichzelf in de bus prostituerende hostess die net iets te veel met haar weelderig gebouwde kont schudde om de oploskoffie veilig en wel in de werkmanshanden van haar bijna kwijlende Noorderbuurse baas neer te planten onder de muzikale begeleiding van  “It’s gettin hot in here”– maar ontkennen dat 12u liggen/zitten in een houding waarbij je je linkerbeen niet mag uitstrekken om niet in het rechteroog van je overbuur te porren en je bij het rechtstaan meer kans hebt iemands rib te breken dan dat je nooit de lotto wint, is als beweren dat pasta koken zonder water écht wel kan.  Oh, het is niet alleen de niet zo ontspannen positie die het onmogelijk maakt ook maar een oog dicht te doen, ook onze West- Vlaamse achterban doet goede pogingen om hun enthousiaste persoonlijkheid nooit meer te vergeten. En hun levensverhalen. Toffe stad precies, ‘Kokside’, als je er twee uur over kan praten tegen jezelf, denkende dat iedereen geboeid zit te luisteren naar de parabels over de enorm handige supermarkten op loopafstand en de ideale studiemogelijkheden, gepaard met een prachtige nasale stem die je uit de 1000 zou herkennen – zelfs genietend op een terrasje voor de piste tijdens de avant- , pendant- en après- ski waar je denkt toch even op je gemak te kunnen zitten en niet moet zwoegen om van een rode piste zonder latten beneden te geraken – en die ik nog steeds bij stille momenten overal hoor weerklinken. Eng hoor.
Het rode lichtje floept aan, onze zwijgzame chauffeur kondigt aan dat we op bestemming zijn en dat hij ons de bus zal uitzetten, net op het moment dat ik onnadenkend een halveliterfles water op het hoofd van L laat belanden, waardoor het Werchtertrauma opnieuw opgeroepen wordt en ze me verdwaasd en ongelovig bekijkt met een blik van ‘Dat had ik nu nooit van jou verwacht!’, nog onwetend over het feit dat ons ettelijke uur koude te wachten zou staan om 7:00u ’s morgens, of ‘s nachts of wat het ook is en we eens binnen in ons elektriciteitsloze en Siberische verblijf niet veel anders zouden ervaren dan pure kou, miserie, honger, ellende en bovenal de tijd van ons leven.

Crisis wanneer men nadenkt over het denken - by Aïda G

Bristol. Mhm, een walm sigarettenrook wordt mijn gezicht ingedreven. Ik schrik op. S gniffelt, alsof hij met enige trots lijkt te beseffen dat hij me deed opschrikken uit een dagdroom vervuld van herinneringen aan mij vorige tijd hier. Toen was de lucht wel vervuld van zonneschijn in plaats van de grauw grijze wolken en een incoherente dosis regendruppels. En toch. De verloederde stad van weleer lijkt er niet nog doffer en onesthetischer door. Hooguit een vage kwantiteit van ontroostbaarheid bijgemengd. Gods-jam-mer-lijk, dof. 

Zalig zijn de identiteitslozen van geest. Schrijf blaam en faam toe aan D omwille van het behandelen van volgende queeste. Te kampen krijgen met een identiteitscrisis. Simplistisch geuit? Neen. Een fenomeen waar iedere ietwat scheef gecultiveerde mens mee te maken krijgt in deze rationele bestaansmaatschappij? Misschien. Of toch weer niet. Maar het feit dat een entourage van levenloze identiteitsloze wezens impact heeft op de eigen identiteit en een identiteitscrisis veroorzaakt? Pijnlijk. Gekies en gekauw. Gewauwel. Een roffel en een zucht.

Een existentiële crisis is echter slechts mogelijk bij een individu die ambitie heeft om iets te doen met zijn leven. True story. Maar iets doen met een leven. Kansen grijpen die voor ‘t rapen liggen? Of zoeken naar de waarheid achter de illusionele kast van oppervlakkigheden. De kast gesloten laten. Op het oppervlak blijven. Artificieel zichzelf tevreden stellen met wat komt. En met wat gaat. Ongecompliceerd. Irrationele toepassing van het alom aanprezen ‘carpe diem’-gevoel. Wat in de kast zit zijn slechts een tal van substanties van mogelijke geleiders naar pijn. Katalysatoren die de kern van smart ontsluiten. Die de diepe ‘ik’ in de hersenpan doen nadenken over het denken aan het nadenken over het zijn met of zonder erover na te denken. 


Unfortunately, the clock is ticking, the hours are going by. The past increases, the future recedes. Possibilities decreasing, regrets mounting.

Harry Murakami

What’s my age again? - by Bo V

Het is zover. Of zoals een van mijn verjaardagskaartjes zegt: ‘Sommige mensen waarvan je dacht dat ze dood waren zijn gewoon getrouwd.’ Droog, ik weet het, maar de harde realiteit. No offence to getrouwde mensen trouwens. Trouwen, daar kan je voor kiezen, maar je leeftijd komt en gaat en de ene komt al iets sneller en gaat iets trager weg. Of niet, maar dan ben je dood en over dat duivelse thema gaan we het nu niet hebben, hoe deprimerend de gedachte ook is nooit meer als een echte puber naar Twilight kunnen kijken, heftig discussiërend met je vriendinnen over het feit of Edward nu het lekkerste lijf heeft of Jacob (persoonlijk verkies ik de eerste optie). Je kan het wel nog doen, maar niet meer ‘verantwoord’, het zou niet ‘volwassen’ zijn of hoe ‘meerderjarigen’ zich behoren te gedragen. Toch moet ik zeggen dat ik een vermoeden heb dat niet alle ‘volwassenen’ in mijn omgeving zich echt ‘volwassen’ gedragen. Want ‘volwassenen’ zetten achter je rug geen perverse statussen op je facebook waar dan plots heel veel interesse voor is, ‘volwassenen’ kopen geen blik bonen voor je verjaardag toevallig omdat je naam er in voorkomt en ze dat toch zo hilarisch vinden, ‘volwassenen’ beginnen niet euforisch te krijsen bij het zien van een mand chocolade sintepeten en speculoos, ‘volwassenen’ associëren het woord ‘emmer’ enkel en alleen met de praktische functie ervan die thuishoort in het huiselijk leven, en niet met studentikoze zuip- en braakpartijen. Maar wanneer ben je dan zogezegd ‘volwassen’? En vanwaar komt dat woord eigenlijk, dat je volledig gewassen bent en al die tijd daarvoor maar half waardoor je een vijfde van je leven stinkend door het leven moet - en bij sommigen gans hun leven, aangezien niet iedereen ‘volwassen’ wordt, als we de definitie van +18 achterwege laten - en iedereen je daardoor mijdt  en je dus geen sociaal leven kan uitbouwen? Kan je er dan eigenlijk een definitie voor vinden, voor zoiets abstracts en onbeschouwelijk, dat eigenlijk toch ons leven beheerst (stinkend of niet)? Het zit dieper dan dat (dieper dan de diepste zee zelfs). Je bent ‘volwassen’ als je bij het zien van een mand sintepeten en speculoos in de eerste plaats denkt aan hoe blij de kindjes er mee zullen zijn, en zelf neem je een darmregulerend yoghurtje uit de frigo. Je bent ‘volwassen’ als je met kerstversieringen gepimpte planten - de naam ontglipt me, ik heb geen plantkundige encyclopedie in mijn nabije omgeving - die je kreeg als verjaardagscadeau om het feit dat je zogezegd ‘volwassen’ bent nog eens extra in de verf te zetten, kinderachtig en ecologisch onverantwoord vindt - terwijl ik mijn eerste plant al een grote stap vooruit vindt in mijn extreem ecologisch onbewustzijn. Je bent ‘volwassen’ als je Twilight voor pubers vindt en Edward een mama’s kindje in plaats een sexy hunk in een Volvo. Je bent ‘volwassen’ als je zat gebrul temidden van een studentenbuurt respectloos vindt tegenover de mensen die wél iets van hun leven willen maken (lees: die 12u slaap nodig hebben om hun perfecte 9 to 5 job uit te oefenen) en dus willen slápen, nog liever dat dan oordoppen in te steken (opnieuw, voor pubers). Je bent ‘volwassen’ als je als verjaardagscadeau voor je beste vriendin een stijlvolle vaas koopt in plaats van die fancy lipgloss in uiltjesvorm. Je bent volwassen als je wanneer iemand vraagt wat je wil drinken antwoordt met thee, biologisch appelsap of een spuitwatertje. Je bent ‘volwassen’ als je vrienden je niet bijna naar je bed moeten slepen uit angst voor nog meer foute toeren, lamgelegd door een overdosis tequila, en je je de volgende morgen afvraagt what the hell je hebt uitgespookt zodat je er zo belabberd en afgeleefd uitziet, om nog maar te zwijgen van de effecten dat heeft gehad op je omgeving (lees: vloer, bed, volledige bemeubeling). Long way to go.